Beleidsplan

2014 - 2015

Inhoud:

  1. Doelstellingen stichting
  2. 2014 – 2015 (Algemeen beleid)
  3. Financieel beleid

1. Doelstellingen

Statuten

De doelstellingen van de stichting zijn opgenomen in de statuten, onderdeel van de oprichtingsakte en de statutenwijziging(en). “De stichting heeft ten doel het zo rechtstreeks mogelijk ondersteunen van kleinschalige lokale ontwikkelings- en conserveringsprojecten primair in Gambia (op lange termijn wellicht (ook) andere ontwikkelingslanden in Afrika), die tot doel hebben de gezondheid, zelfredzaamheid en/of kansen van de Gambiaanse bevolking te verbeteren op een eerlijke, natuurlijke en duurzame manier, met respect en bescherming voor de Gambiaanse natuur en cultuur en met een optimistische invalshoek, en het verrichten van al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.”

“De stichting tracht haar doel onder meer te bereiken door het inzamelen van hulpgoederen en financiële middelen in Nederland, het leggen en onderhouden van contacten met lokale projecten in Gambia (dan wel andere landen), het besteden van de ingezamelde middelen aan die projecten en het voorlichten over en onderzoeken van mogelijke aanvullende projecten.”

De praktijk

De vrijwilligers van Stichting Jiki zijn in eerste instantie ambassadeurs. Zij informeren het publiek over Gambia in het algemeen en de projecten in het bijzonder. Het publiek zal waar mogelijk in de gelegenheid gesteld worden om zelfstandig en rechtstreeks ondersteuning te bieden aan de projecten. De vrijwilligers zamelen daarnaast geld en specifieke goederen in, door middel van:

  • giften en donaties;
  • subsidies en sponsorbijdragen;
  • hetgeen verkregen wordt door erfstellingen of legaten;
  • hetgeen op andere wijze verkregen wordt.

Stichting Jiki zorgt ervoor dat de bijdragen terecht komen bij kleinschalige projecten, zoals:

  • Child & Mother Care kraamkliniek: De verpleegster Marie Joof werkt niet alleen in het streekziekenhuis, maar heeft in haar eigen compound met giften een klein kraamkliniekje met apotheek opgebouwd, waar iedereen geholpen wordt, of ze er nu wel of niet voor kunnen betalen.
  • De Noodpot: De Nederlandse Thea Mom woont al jaren in Gambia en zorgt er met de middelen uit haar Noodpot voor dat er bijvoorbeeld door Gambianen zelf klamboes gemaakt worden (werkgelegenheid) die uitgedeeld worden onder de bevolking om hen te beschermen tegen de dodelijke ziekte malaria. Ook verspreid zij ingezamelde babykleding onder die gezinnen die het het hardst nodig hebben en ondersteunt zij Marie Joof bij haar projecten.
  • AFNOW: Gambiaanse docenten hebben een stichting opgericht die het doel heeft om met name weeskinderen naar school te helpen. Deze kinderen worden veelal opgenomen worden in het gezin van een oom of tante, maar dat gezinsinkomen is meestal onvoldoende om het hele gezin van voldoende voedsel te voorzien, laat staan de opgenomen kinderen ook naar school te sturen.
  • Gunjur Village Museum: De Gambiaanse Lamin Bojang ziet dat de oude cultuur langzaam verdwijnt en is van mening dat het belangrijk is die cultuur veilig te stellen voor volgende generaties. Zijn droom om een museum te bouwen reikt echter veel verder dan het overbrengen van kennis op Gambiaanse jongeren en toeristen. Met zijn museum wil hij en kan hij tevens werkgelegenheid en een bron van inkomsten naar de regio brengen.

2. 2014 – 2015 (Algemeen beleid)

De komende twee jaar

We streven ernaar in 2014 het draagvlak van de stichting verder te kunnen uitbreiden en daarmee nieuwe projecten te kunnen gaan ondersteunen.

We willen in samenwerking met de lokale bevolking in Nederland en in Gambia in 2015 zelf nieuwe kleine projecten voorbereiden en gaan opstarten. Een project betreffende opgeknapte tweedehands hardware, open source software en specialisten die hun kennis daarover willen delen en kunnen overbrengen wordt onderzocht. We hebben gedachten over tweedehands en/of specialistische gereedschappen. En we hopen te kunnen informeren over de mogelijkheden van het gebruik van microkredieten door andere stichtingen, zoals bijvoorbeeld Kiva (www.Kiva.org).

Aan het begin van ieder kalenderjaar zal door het bestuur een nieuw twee-jarig beleidsplan en, indien mogelijk, een jaarlijkse begroting opgesteld worden, gebaseerd op de voortgang en ontwikkelingen in het voorafgaande jaar.

Lange termijn

Om te voorkomen dat er geld uitgegeven moet worden aan management, wil de stichting, ook op lange termijn, relatief klein, regionaal en daarmee volledig op vrijwillige basis beheersbaar blijven.

3. Financieel beleid / Financial policy

No-budget

De stichting heeft geen winstoogmerk en het financieel beleid is erop gericht de beheerskosten van de stichting zo laag mogelijk te houden, door alle betrokkenen te inspireren om met zo min mogelijk middelen zo veel mogelijk voor elkaar te krijgen, zodat er zoveel mogelijk besteed kan worden aan de projecten in Gambia.

Bestuursleden en vrijwilligers

In de statuten is opgenomen dat de stichting geen uitkeringen aan bestuursleden zal doen. Het bestuur verstaat daaronder uitdrukkelijk het uitkeren van vacatiegelden en bevestigt hierbij dat zij en andere vrijwilligers geen recht hebben op een beloning voor hun werkzaamheden.

De statuten laten ruimte om eventueel gemaakte onkosten te vergoeden, maar het bestuur streeft ernaar van deze mogelijkheid zo min mogelijk gebruik te maken. Bestuursleden en andere vrijwilligers moeten alle voor de stichting gemaakte kosten opgeven bij de penningmeester, zodat een duidelijk beeld blijft bestaan van de werkelijke kosten van de stichting. Zij schenken de uitbetaalde onkosten, indien mogelijk, vervolgens terug  aan de stichting.

Reiskosten zijn persoonlijke kosten, komen niet voor vergoeding in aanmerking (specifieke transportkosten van hulpgoederen, directe onderzoekskosten ter plaatse, en vergelijkbare direct aan de projecten van de stichting gerelateerde uitgaven uitgezonderd) en blijven buiten de administratie van de stichting.

Besteding en beheer van vermogen

Het vermogen wordt besteed conform de doelstellingen van de stichting, waarbij de minimale ANBI-bestedingseis van 90% slechts als minimum wordt gezien terwijl we voortdurend zullen streven naar de volle 100%. Er zal regelmatig (minimaal eens per jaar) door minimaal een van de bestuursleden op locatie polshoogte genomen worden om de voortgang en bestedingen van de projecten (onder verwijzing naar de voorgaande bepaling omtrent reiskosten) waar te nemen en te beoordelen. De stichting zal, waar nodig, ondersteunen bij het optimaliseren van de bestedingsverhoudingen van de projecten en zal geen steun (blijven) verlenen aan projecten die te hoge beheerskosten hebben. De stichting selecteert haar projecten namelijk op basis van een een beleid en een invalshoek die aansluiten op die van de stichting.

Er zal niet meer vermogen aangehouden worden dan redelijkerwijs nodig is voor het beheer van de stichting. Wanneer gelden vanwege hun aard toch voor langere tijd onder beheer van de stichting zouden vallen, dan zal de stichting deze gelden verantwoord beheren.

Ondertekening

Aldus opgemaakt en voor akkoord getekend te Raamsdonksveer op 3 januari 2014, door het bestuur.